Nabestaandenpensioen na 1 januari 2026
In de nieuwe pensioenregeling zijn er afspraken gemaakt over het nabestaandenpensioen. Zolang u premie betaalt, krijgen uw partner en kinderen nabestaandenpensioen. Uw partner heeft dan recht op een partnerpensioen, uw kinderen hebben recht op een wezenpensioen.
- Uw partner ontvangt een variabel partnerpensioen van ons. Dit pensioen wordt elke maand uitgekeerd zolang uw partner leeft. De hoogte van het partnerpensioen hangt af van uw pensioengevend inkomen. Als u samenwoont, moet u uw partner aanmelden bij ons om recht te hebben op partnerpensioen.
- Uw kinderen krijgen tot hun 25e jaar een wezenpensioen. De hoogte van het wezenpensioen hangt af van uw pensioengevend inkomen.
- Uw partner ontvangt een variabel partnerpensioen. Op uw pensioendatum koopt u met uw kapitaal een variabel partnerpensioen.
- Uw partner kan mogelijk ook een uitkering van de overheid krijgen volgens de Algemene Nabestaandenwet (ANW). U kunt de uitkering voor uw partner aanvullen met een Anw-hiaatverzekering.
- Uw kinderen ontvangen geen wezenpensioen als u overlijdt op of na uw pensioendatum. Bij pensionering kunt u namelijk alleen partnerpensioen kopen met uw pensioenkapitaal.
Uitzonderingen:
Als u stopt met deelname en geen aansluitend dienstverband heeft, of als u ziek of werkloos bent, blijft het partner- en wezenpensioen mogelijk langer verzekerd.
Uw uitkering is per 1 januari 2026 omgezet naar het Collectief Variabel Pensioen (CVP). In het CVP wordt het geld gezamenlijk belegd. Iedereen heeft dezelfde beleggingen en dezelfde resultaten. Uw uitkering beweegt mee met de economie. Gaan de beleggingen goed, dan kan uw uitkering stijgen. Vallen de resultaten tegen, dan kan uw uitkering dalen.
De verwachting is dat een variabel pensioen op de lange termijn hoger is dan een vast pensioen. Het woord 'variabel' kan het idee geven dat uw uitkering sterk kan schommelen. Maar we hebben maatregelen genomen om sterke schommelingen te voorkomen:
- het spreidingsmechanisme
- de risicodelingsreserve
Je uitkering is per 1 januari 2026 omgezet naar het Collectief Variabel Pensioen (CVP). In het CVP wordt het geld gezamenlijk belegd. Iedereen heeft dezelfde beleggingen en dezelfde resultaten. Je uitkering beweegt mee met de economie. Gaan de beleggingen goed, dan kan je uitkering stijgen. Vallen de resultaten tegen, dan kan je uitkering dalen.
De verwachting is dat een variabel pensioen op de lange termijn hoger is dan een vast pensioen. Het woord 'variabel' kan het idee geven dat je uitkering sterk kan schommelen. Maar we hebben maatregelen genomen om sterke schommelingen te voorkomen:
- het spreidingsmechanisme
- de risicodelingsreserve
Wat gebeurt er met partnerpensioen dat u vóór 1 januari 2026 had opgebouwd?
Dit wordt toegevoegd aan uw pensioenkapitaal.
Eerder op deze pagina staat hoe het partnerpensioen nu is geregeld.